Over Jungheinrich
Werken bij Jungheinrich
Nieuws
Producten
Diensten
Kennisbank
Wereldwijd

Regelgeving voor het inrichten van een laadstation

Wanneer voldoende ventilatie en geen open vuur in de nabijheid is, kunt u in gewone werkruimtes en magazijnruimtes laden. Voor vaste inrichtingen waar stationaire accu's met toestellen met een vermogen van meer dan twee kW worden geladen, is een vergunning nodig.

In het geval waarbij verschillende batterijen en wisselbatterijen worden geladen, kunt u het beste een aparte ruimte met de volgende voorwaarden reserveren:

  • goede bereikbaarheid van de trucks en laders;
  • geen vuur (las-, slijp-, stook-) werkzaamheden in de buurt;
  • voldoende ruimte rondom trucks en laders;
  • maak gebruik van natuurlijke trek, plaats de laadruimte tegen een buitenmuur;
  • afzuiginstallatie (geforceerde trek);
  • geen direct zonlicht;
  • vloer met zwavelzuurbestendige bovenlaag;
  • brandblusapparatuur voorhanden;
  • bij voorkeur voorzien van een sprinkler-installatie;
  • vonkvrije verlichting (armaturen/schakelaars);
  • noodstopknop inrichting energienet (minimaal twee).

Signalering in de acculaadruimte:

  • vuur, open vlam en roken verboden;
  • verboden toegang voor onbevoegden;
  • opgepast voertuigen;
  • explosiegevaar;
  • bijtende stoffen;
  • handschoenen verplicht;
  • veiligheidsbril verplicht;
  • oogspoelinstallatie.

Bouw
De hoogte is afhankelijk van de hoogte van de hefmasten en de nodige luchtcirculatie bij kunstmatige ventilatie. Wanden, dak, ondersteuningen en leidingen moeten glad zijn uitgevoerd en bestand zijn tegen bijtende dampen. Er mogen geen nissen of koepels of andere plaatsen in het dak voorkomen, waar waterstof zich kan ophopen. De vloer moet vlak zijn, en bestand zijn tegen olie, vet en bijtende stoffen, en voorzien zijn van een anti-sliplaag, afhellend om gemorste vloeistof weg te spoelen, en voorzien zijn van een zuurbestendig afvoerputje en afvoerleiding. Er moeten brandwerende bouwmaterialen gebruikt worden. Een sprinkler-installatie maakt de inrichting compleet.

Het verdient de aanbeveling een volledige scheiding tussen batterijen en oplaadapparatuur aan te brengen. De minimale afstand tussen batterij en lader is minimaal twee meter. De deuren moeten naar buiten open slaan en voorzien zijn van pictogrammen.


Ventilatie
Tijdens het laden wordt waterstofgas ontwikkeld in accumulatoren dat dient te worden afgezogen. Omdat waterstofgas lichter dan lucht is, zal het zich ophopen onder het plafond. Een ontplofbaar mengsel van waterstofgas en lucht ontstaat wanner de concentratie waterstofgas meer dan vier procent bedraagt. De ventilatie van een accuruimte moet zo worden berekend dat een concentratie van vier procent met vijfvoudige zekerheid niet kan worden bereikt. 

Zorg voor voldoende ventilatie-openingen en plaats deze zo hoog mogelijk voor de afvoer naar buiten. Plaats de aanvoeropeningen voor verse lucht zo laag mogelijk en vermijdt dode hoeken voor de ventilatiestroom zo veel mogelijk door een diametrale opstelling van de openingen. Maak, indien nodig, gebruik van geforceerde ventilatie.


Verlichtingsniveau 200 - 300 lux.
Draagbare lampen voor controle van elektrolyt moeten explosievrij zijn uitgevoerd en voorzien van een snoer dat tegen inwerking door elektrolyt is beschermd. Alle elektrische toestellen die vonken kunnen overbrengen, met uitzondering van contactdozen die tenminste twee meter van de accumulatorbatterijen zijn verwijderd, moeten worden ondergebracht in daarvoor goedgekeurde omhulsels.


Verwarming
Voor verwarming mogen alleen toestellen die geen open vlam of gloeiende delen bevatten, gebruikt worden. Bij gebruik van elektrische verwarming gelden de voorschriften die bij een elektrische installatie zijn aangegeven.


Uitrusting
Indien de batterij in het voertuig wordt geladen, zijn extra voorzieningen nodig zodat de heftruck tijdens het laden van de batterij niet gestart kan worden. Wanneer de batterij voor het laden uit het voertuig wordt verwijderd moeten de daarvoor bestemde werktuigen voldoen aan eisen die het veilig werken mogelijk maken. Door gebruik te maken van jukken voorkomt u mechanische belasting of trillingen op de batterij. Voorkom kortsluiting door het gebruik van niet-geleidende materialen of geïsoleerde werktuigen. Zorg dat bussen en trechters voor het vullen van de batterij met gedemineraliseerd water zoveel mogelijk van kunststof zijn. Ook is stromend water nodig om: 

  • gemorst elektrolyt weg te spoelen;
  • een nooddouche aan te sluiten;
  • een oogspoelinstallatie aan te sluiten.

Gemorst elektrolyt kunt u het best met een basische oplossing neutraliseren, in een oplossing van soda (1 kg) in 10 liter water, of absorberende korrels. Vergeet de brandblusapparatuur niet (1 bluseenheid per 150 m²). Daarnaast is een duidelijke instructie nodig met betrekking tot het manipuleren en laden van batterijen, bijvullen en meten van elektrolyt, reinigen van celverbindingen en maatregelen bij ongevallen. Een container voor zuurbestendige poetsdoeken/vodden behoort tot de standaard uitrusting.


Richtlijnen laden tractiebatterij
De ladingstoestand van een batterij kunt u vastleggen door de dichtheid (soortelijk gewicht) te meten van het elektrolyt (verdund zwavelzuur) met de zuurweger, die met de batterij meegeleverd wordt. Bij een volledig geladen batterij ligt het soortelijk gewicht van het elektrolyt tussen de 1,26 en 1,28. Voor een geheel ontladen batterij ligt het soortelijk gewicht tussen de 1,13 en 1,15. Deze waarden zijn gebaseerd op een elektrolyttemperatuur van 15º C. Houdt de batterijen te allen tijde goed schoon. Reinig de batterij zo nodig met een droge lap en verwijder vocht, stof en vettigheid van deksel en vuldoppen. Voorkom dat ventilatie-openingen verstopt raken. Spoel de vuldoppen met gedistilleerd water.

Zorg ook dat de aansluitverbindingen en de polen niet aankoeken, door deze met vaseline te behandelen. De stekers en contrastekers mogen onder geen beding met vaseline of iets anders behandeld worden. Houdt deze droog, schoon en vetvrij. Voor het bijvullen van de batterij is gedistilleerd of gedemineraliseerd (kalkvrij) water nodig. De platen moeten altijd onder de vloeistof staan. Dit zal na de lading circa 1 cm zijn. Vult men meer bij, dan zal elektrolyt door de vulopeningen naar buiten komen. Het elektrolyt zet uit tijdens het laden door de ontstane warmte. Op den duur bevat het elektrolyt steeds minder zwavelzuur, wat tot gevolg heeft dat de capaciteit van de batterij vermindert.

  
Jungheinrich trillingsmetingen
> Contact over trillingen

Bronnen: BMWT, EVO, Nederlandse praktijkrichtlijn Veilig werken bij het laden van tractiebatterijen

  
Direct meer informatie?

Bel ons: 0172 44 67 89
of mail naar: info(at)jungheinrich.nl

Neem contact met ons op. Klik hier.
  

Meld u aan voor de gratis Jungheinrich e-mail nieuwsbrief